
Voor de oorsprong van breakdance moeten we teruggaan naar begin jaren ’70, toen de inmiddels legendarische dj Kool Herc begon met het geven van feesten in het gemeenschapscentrum aan 1520 Sedgwick Avenue in de Bronx, New York. Deze feesten brengt hij op gang door het draaien van hoofdzakelijk minder bekende platen, waarbij hij merkt dat de mensen die erop dansen vooral gevoelig zijn voor een specifiek gedeelte van die platen, namelijk “de break”. Kool Herc verzint de term “B-Boy”, een afkorting van “Break Boy”, daarmee verwijzend naar de dansers die als het ware “uit hun dak” gingen (“to break” in de taal van de straat destijds) op de platen die hij draaide. De term verwees aldus niet naar de “break” in zijn platen, noch stond het voor bronx boy, boogie boy of bad boy zoals sommige ingewijden ook wel beweren (“when Kool Herc says it, it’s official”).
De eerste b-boys op Kool Hercs feesten laten zich o.a. inspireren door (tap)dansers als James Brown, Sammy Davis jr. en de Nicholas Brothers. Breakdance was toen heel anders dan zoals we het vandaag de dag kennen; minder acrobatisch en met de nadruk op het “lage voeten-werk (footwork)”. De eerste b-boys dansten zelfs uitsluitend “rechtopstaand”.

In 1977 dreigt breakdance onder invloed van het verdwijnen van veel van de oorspronkelijke b-boys een langzame dood te sterven. Gelukkig zijn er ook b-boys die volhouden en door blijven gaan, wat o.a. leidt tot het oprichten van de befaamde Rock Steady Crew.
De geboorte van Rock Steady Crew leidt een nieuwe bloeiperiode van het breakdance in die tot ver in de jaren ’80 zal voortduren. In deze periode worden veel nieuwe crews (groepen) gevormd en nieuwe bewegingen uitgevonden, zoals de windmill en de headspin. Ook de media beginnen aandacht te schenken aan breakdance: naast een aantal tv-reportages worden ook films opgenomen waarin breakdance een rol speelt zoals Wild Style (’82), Flash Dance (’83) en Beat Street (’84).
Flash Dance geeft het breakdancen een enorme impuls; in 1984 bereikt het zelfs een (voorlopig) hoogtepunt als het onderdeel uitmaakt van de slotceremonie van de Olympische Zomerspelen in Los Angeles. Langzaam begint het idee post te vatten dat ook breakdance ooit een Olympisch onderdeel zal zijn; in de periode ‘84-’86 gaan veel crews immers ook buiten de Verenigde Staten optreden en verspreidt breakdance zich naar o.a. Europa en Azië.
In 1986 komt er echter een voorlopig einde aan de groei van breakdance in de Verenigde Staten; werd het daar eerst nog omarmd door media en commercie, nu waren het dezelfde partijen die breakdance doodverklaarden. Enerzijds had breakdance niet meer de nieuwswaarde die het had toen het door de media ontdekt werd, anderzijds was het commercieel al volledig uitgemolken en bleek het bovendien minder goed verkoopbaar dan bijvoorbeeld rapmuziek en -artiesten. Ondanks de groei van breakdance in landen als Duitsland en Japan, verdwijnt het in de VS naar de underground scene.

Na een aantal jaren ondergronds te zijn geweest begint breakdance in de VS in de jaren ’90 aan een ware come-back. Her en der worden weer breakdance-evenementen georganiseerd en in de tweede helft van de jaren ’90 zien we het weer verschijnen in diverse videoclips (denk bijvoorbeeld aan de voormalig nummer 1-hits “It’s like that” van Run DMC en “Freestyler” van de Bomfunk MC’s). Hiermee krijgt breakdance weer de plaats terug die het verdient als volwaardig onderdeel van de totale hiphopcultuur.